Over de veranderende rol van de ingenieur, de kracht van samenwerking en de opgaven die blijven
Op de Sterke Lekdijk draait het om veiligheid, natuur, de omgeving en de mensen die er wonen. Dat vraagt om vakkennis, maar ook om samenwerking en de moed om verder te kijken dan het eigen ontwerp. Twintig jaar lang bood ConsulTable, waarin Tetra Tech actief participeerde, ruimte voor die gesprekken. Nu het netwerk van private en publieke ingenieursbureaus stopt, kijken we onder meer met kartrekker Annoesjka Nienhuis, een van de deelnemers van het eerste uur Jan Hagendoorn en onze collega Sven Hildering terug én vooruit.
‘Wat een pittige discussie in beweging kan zetten’
Annoesjka Nienhuis
Annoesjka Nienhuis was jarenlang een van de drijvende krachten achter de ConsulTable. Volgens de procesmanager draaiden de bijeenkomsten niet om visitekaartjes of opdrachten. Deelnemers spraken open over de vragen waarop ze in hun werk vastliepen. Juist in die kleine groepen ontstonden de scherpste inzichten.
Annoesjka Nienhuis, programmamanager innovatie en duurzaamheid in de gebiedsontwikkeling bij de gemeente Amsterdam en zelfstandig procesmanager[/caption]
Wat herken je hier op de Lekdijk van de manier waarop de ConsulTable werkte?
“Vooral de betrokkenheid. Mensen hier hebben hart voor het civiele vak en willen samen tot een goede oplossing komen. Ze stellen elkaar scherpe vragen en delen hun kennis. Zo ontstaan inzichten waarmee projecten als de Sterke Lekdijk technisch én maatschappelijk verder komen.”
Wat maakte de ConsulTable anders dan andere netwerken?
“Publieke en private partijen zaten er samen aan tafel, zonder commercieel belang. Daardoor was er ruimte om ook je eigen ideeën kritisch te bekijken vanuit allerlei invalshoeken. Juist die kleine setting van ongeveer acht deelnemers in wisselende samenstelling maakte het gesprek open en eerlijk over thema’s als duurzaamheid, innovatie en samenwerking. Dat leverde soms oplossingen op die binnen je eigen organisatie buiten beeld bleven.”
Kun je een moment noemen waarop het aan tafel echt schuurde?
“Ja, in 2025 stond in een bijeenkomst social return centraal. We kwamen bijeen bij Stichting Life Skills in de Bijlmer. Tijdens de gesprekken tussen hun directeur en die van Witteveen+Bos merkte je het ongemak tussen de partijen. De verhouding waren nog niet gelijkwaardig, want je wilt juist van liefdadigheid naar co-creatie. Hoe breek je daar doorheen? Er ontstond wrijving.”
“Juist daardoor ontstond een mooi vervolg. Ze spraken af om vanuit die kwetsbaarheid verder te praten en hun werelden bij elkaar te brengen. Dat bleef niet bij woorden. Witteveen+ Bos bestelde dat jaar extra kerstpakketten die Life Skills kon uitdelen aan haar medewerkers en vrijwilligers.”
Wat heeft de ingenieurswereld de afgelopen twintig jaar geleerd en welke les moet de sector nog leren?
“De sector heeft grote stappen gezet op het gebied van data, kunstmatige intelligentie, drones en digitale visualisaties. In 2015 ging het tijdens een bijeenkomst van de ConsulTable over big data. In 2022 demonstreerden deelnemers scan- en dronetechnieken. Wat toen voor de meesten aan tafel vernieuwend was, hoort nu bij het dagelijks werk van veel ingenieursbureaus.”
“De volgende stap voor de sector ligt bij sociale innovatie. Oftewel, kijk bij aanbestedingen niet alleen naar de economisch voordeligste inschrijving, maar ook naar het maatschappelijk rendement. Wat levert een project op voor de gezondheid, gelijke kansen en de leefomgeving? Dat vraagt een andere manier van werken, organiseren en samenwerken. Ingenieursbureaus kunnen en moeten hun technische kennis inzetten voor brede welvaart. Die ontwikkeling staat in de bouw- en infrasector nog aan het begin.”
De ConsulTable stopt. Welke vraag zou jij vandaag op tafel leggen als dit niet de laatste, maar juist de eerste ConsulTable was?
“Dan zou ik opnieuw vragen hoe publieke en private adviesbureaus complexe bouwprojecten beter kunnen aanpakken. We hebben stappen gezet, maar zijn er nog niet. De punten waar Geert Mak voor pleitte in 2004 zijn nog steeds actueel onder professionals die werken aan de grote transities. Van de klimaatadaptatie en energietransitie tot de circulaire economie. Zijn punten zijn: “Wees eerlijk over de complexiteit, vertrouw op elkaars kennis, respecteer vakmanschap en maak samenwerken opnieuw tot uitgangspunt.”
‘Het ingenieursvak vraagt om een bredere blik’
Jan Hagendoorn
9 juni 2004. Tien professionals uit de publieke en private ingenieursbureaus zitten bij elkaar. De eerste bijeenkomst van de ConsulTable. Jan Hagendoorn was erbij en bleef erbij. Zo merkte hij op hoe het werk van ingenieurs veranderde. De techniek blijft belangrijk, maar de opgaven zijn breder geworden. “Eén vakgebied of oplossing volstaat niet meer voor de ingenieurs van vandaag.”
Jan Hagendoorn, voormalig directeur van Ontwikkelingsbedrijf gemeente Amsterdam.
Je loopt al ruim twintig jaar mee met de ConsulTable. Als je de ingenieur van toen naast de ingenieur van nu zet, wat is dan het grootste verschil?
“De ingenieurs uit die tijd hielden zich natuurlijk ook met een grote diversiteit aan onderwerpen bezig. Van de Noord/Zuidlijn tot aan Ruimte voor de Rivier. De ingenieurs die ik later in de gebiedsontwikkeling tegenkwam, keken breder en waren maatschappelijker georiënteerd dan in die beginjaren. Al kan dat natuurlijk ook aan het werkterrein liggen.”
Welke onderwerpen bespraken jullie twintig jaar geleden al aan tafel en blijken vandaag nog verrassend actueel?
“Al bij de eerste bijeenkomst ging het over de aanpak van complexe bouwprojecten en de rol van publieke en private ingenieursbureaus. Die vraag is nog altijd actueel. Partijen hebben verschillende belangen, maar komen alleen verder als ze elkaar begrijpen, open zijn en vertrouwen opbouwen.”
“Ik herinner me een gesprek met de directeur van het Rotterdamse ingenieursbureau over de omvang van onze organisaties. Amsterdam had destijds ongeveer 350 medewerkers, Rotterdam 1.200. Ik zag toen vooral voordelen in een kleiner, flexibeler bureau. Bij grote projecten, zoals de Noord/Zuidlijn, werkten we bovendien nauw samen met commerciële bureaus als Witteveen+Bos en Haskoning. Omvang is dus niet alles. Goede samenwerking wel. Stel vragen, wees open en neem elkaars perspectief serieus. Zo kom je sneller tot betere oplossingen.”
Kun je een moment aan tafel noemen waarop je merkte dat het vak van de ingenieur echt begon te veranderen?
“Dat merkte ik toen techniek steeds meer onderdeel werd van de leefomgeving. Ingenieurs werkten niet meer alleen aan een technische oplossing, maar ook samen met experts uit andere vakgebieden. In landelijke gebieden kwamen natuur- en landschapsontwikkeling steeds vaker samen. Daardoor werd ons vak breder en maatschappelijker.”
“Ook bij het Ingenieursbureau Amsterdam gingen we actiever meedenken over de ontwikkeling van de stad en haar omgeving. Dat zie je vandaag terug bij het volle stroomnet. Bedrijven, bewoners en overheden zoeken samen naar slimme oplossingen. Zo maken we ruimte op een net dat bijna vol zit.”
De betonietmat (meerlaags geotextiel met bentonietpoeder) is een van de nieuwe gebruikte technieken bij de Lekdijk.
Had je twintig jaar geleden verwacht dat die aanpak hier nu ook bij de Sterke Lekdijk tot uiting komt?
“Niet op deze manier. Twintig jaar geleden dachten we vooral aan dijkverhoging en stalen damwanden. Gelukkig heeft de ontwikkeling zich doorgezet. Nu kijken we ook naar de rivier, de natuur en het landschap. De gedachte dat één discipline of technische oplossing een complex vraagstuk aankan, past niet meer bij de opgaven van nu.”
Wat moet de ingenieurssector durven loslaten om ook de komende twintig jaar relevant te blijven?
“De oogkleppen en de eilandcultuur. Ingenieurs moeten verder kijken dan hun eigen discipline en hun kennis nadrukkelijker inzetten voor maatschappelijke opgaven. Niet omdat techniek overal het antwoord op heeft, maar omdat goede besluitvorming niet zonder technische expertise kan. Adviseer bestuurders en politici over oplossingen voor klimaat, veiligheid, woningbouw, netcongestie en achterstallig onderhoud van de infrastructuur. En wees minder bescheiden. Juist daar ligt de blijvende relevantie van het vak.”
‘De ingenieur mag zich nadrukkelijker laten horen’
Sven Hildering
Sven Hildering was anderhalf jaar het jongste lid van ConsulTable. De dertiger herkent de ontwikkeling die Hagendoorn beschrijft. Ingenieurs moeten steeds meer belangen bij elkaar brengen en mogen zich nadrukkelijker laten horen. “Je bent soms meer een verbinder dan een ontwerper.”
Sven Hildering, operationeel directeur Civiel bij Tetra Tech Nederland.
Wat heeft de Sterke Lekdijk jou geleerd over ingenieursvak?
“Dat je niet meer alleen ín de omgeving werkt, maar ook mét de omgeving. De opgaven zijn niet per se groter, maar de context is complexer. Gezondheid, natuur, duurzaamheid en inspraak wegen nu nadrukkelijker mee in technische keuzes.”
“De Sterke Lekdijk laat dat goed zien. Klimaatverandering, schaarse ruimte en uiteenlopende belangen vragen om meer dan een technische oplossing. Het innovatiepartnerschap van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is daar een sterk voorbeeld van. Niet standaard, wel effectief.”
Wat vraagt dat van de ingenieur van vandaag?
“Je moet keuzes kunnen maken en uitleggen waarom je die maakt. De technisch beste oplossing is niet altijd de beste oplossing voor de omgeving. Het gaat om een ontwerp dat veiligheid, duurzaamheid, natuur, gezondheid en de omgeving in balans brengt.”
“Daarom is het belangrijk om goed te luisteren, belangen af te wegen en helder te communiceren. Niet alleen met collega’s en opdrachtgevers, maar ook met mensen die met het project te maken krijgen, zoals de inwoners in het gebied. De ingenieur van vandaag is niet alleen ontwerper, maar ook een verbinder.”
Wat heb je uit de ConsulTable meegenomen naar je dagelijkse werk?
“De kracht van samenwerking. Ik heb helaas maar kort kunnen profiteren van dit mooie initiatief. Toch verwijs ik in andere gesprekken vaak naar de ConsulTable. De mix van publieke en private organisaties schept een ondernemende omgeving met nieuwe ideeën. Als de overheid en het bedrijfsleven het goede gesprek voeren, versterken ze elkaar en ontstaat ruimte voor vernieuwing. Ik probeer die ideeën mee te nemen naar de projecten waarin wij samenwerken met onze klanten.”
Wat moeten ingenieurs volgens jou durven loslaten om over twintig jaar nog relevant te zijn?
“Vooral hun schroom. Ingenieurs weten veel van de infrastructuur en systemen waarop onze samenleving draait. Toch houden ze zich vaak stil als politiek, economie of bestuur de discussie bepalen. Dat moet anders. Praat mee en laat zien wat technisch nodig is. Ingenieurs zijn niet alleen uitvoerders van een opdracht. Ze kunnen ook meedenken over de vraag achter de vraag: welk probleem moet worden opgelost, welke belangen spelen mee en welke oplossing is op langere termijn verstandig?”
In jouw loopbaan zal technologie nog dominanter worden. Blijft er straks nog ruimte voor het oordeel van de ingenieur?
“Technologie kan een dijk continu monitoren en veel data verzamelen. Maar die data vertellen niet vanzelf wat er aan de hand is of wat er moet gebeuren. Technologie staat immers niet zelf met de voeten in de klei. Daarvoor blijven kennis, ervaring en professioneel oordeel nodig. Digitale hulpmiddelen maken het werk slimmer en gerichter. Ze vervangen het vakmanschap van de ingenieur niet. Ze maken dat vakmanschap juist belangrijker.”
Twintig jaar ConsulTable leverde een waardevol archief op. Tijdens de laatste bijeenkomst voegden de deelnemers hun toekomstbeelden voor 2046 toe. Samen gingen ze in een tijdcapsule de grond in. Naast de innovatieve bentonietmat van de Sterke Lekdijk kreeg de capsule een passende plek voor een boodschap aan de ingenieurs van de toekomst.
Over ConsulTable
ConsulTable startte in 2004 binnen het programma van PSIBouw. De tafel bracht adviserende ingenieurs uit de gebouwde omgeving bij elkaar. Deelnemers werken bij publieke en private ingenieursbureaus. Ze kwamen vijf keer per jaar bijeen op wisselende locaties. Daarbij schuwden ze een positief-kritische blik op hun eigen rol in de sector niet.
Benieuwd wat we voor jou kunnen betekenen? Onze experts denken graag mee.
-
Kom in contact