Waarom concurreren bij een dijkversterking als je samen sterker staat? Tijdens het symposium ‘Samen Dijken Bouwen’ kwamen waterschappen, gemeenten en ingenieursbureaus bijeen om antwoord te krijgen op deze prikkelende vraag.
Hoe waterschap en ingenieursbureaus elkaar versterken in raamcontract
Stel je voor: op een druk festival staat het rijen dik voor de twee ijscokarren. De een heeft de lekkerste smaken, de ander de beste ingrediënten. Allebei vechten ze om de gunst van de festivalganger. Gevolg: de bezoeker moet kiezen, of komt helemaal niet tot een keuze omdat hij vroegtijdig de rij verlaat en de ijscoboer mist omzet. Wat als de ijscomannen de handen ineen zouden slaan? Dan ontstaat het ultieme ijsje en wordt de klant eerder geholpen.
Het is een metafoor die naadloos zou kunnen aansluiten bij het symposium ‘Samen Dijken Bouwen’, dat in november in Oostzaan plaatsvond. Tijdens dit evenement ontdekten ingenieurs en waterschappen of deze gedachte ook voor hun eigen opgave geldt: samenwerken aan waterveiligheid zonder competitie.
Een credo dat is gebaseerd op het afgelopen raamcontract tussen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en haar partners Arcadis, Iv-Infra en Tetra Tech voor de planvorming van regionale kaderverbeteringen en de toetsing van keringen. “Het idee is simpel: als we elkaars sterke punten benutten, kunnen we sneller, efficiënter en effectiever bouwen,” legt Roald van Gameren, programmamanager Waterveiligheid bij HHNK, uit. “Zo verliezen we geen tijd, capaciteit en kennis door onderlinge competitie.”
Kennisdeling en vertrouwen
Door samen te werken zonder competitie ontstaat er ruimte voor kennisdeling en vertrouwen. Dat is de overtuiging van het partnerschap. Meike Horst, contractmanager bij het Hoogheemraadschap van Rijnland, is nieuwsgierig hoe dit in de praktijk gaat. “Wij werken zelf nog in veel gevallen binnen het traditionele aanbestedingsmodel. Ja, het is de vraag of dit niet anders moet of kan. Er ligt immers een stevige opgave en een capaciteitsvraagstuk. Wat ik interessant vond om te horen, is hoe men in de voorbereiding heel veel tijd heeft gestoken om iedereen in zijn kracht te zetten.”
Voor projectmanager Cees de Booy van het Hoogheemraadschap van Rijnland is het idee van samenwerken zonder concurrentie verfrissend. “In deze sector is het niet altijd vanzelfsprekend om open te zijn naar andere bureaus. Het delen van kennis, het kijken naar elkaars sterktes, dat doen we normaal niet zo gauw. Persoonlijk vind ik het werken met de regietafel van de drie bureaus zoals nu is gepresenteerd interessant. Dat je in gezamenlijk overleg de werken verdeelt en hiermee efficiencyvoordelen behaalt. Dat inzicht was nieuw voor me en maakt je bewuster van andere mogelijkheden.”
Leren van elkaars fouten
Een van de meest opvallende elementen van de HHNK-aanpak is dat fouten en verbeterpunten open worden gedeeld. In de evaluatiesheet die Van Gameren presenteert, komt duidelijk naar voren dat er zeker ontwikkelpunten zijn. Hij illustreert dit met een voorbeeld van de zogenaamde spiegelteams. Het idee hierachter is dat functies, zoals die van een technisch manager of omgevingsmanager dubbel bezet zijn door mensen van zowel het waterschap als het ingenieursbureau.
“Hoewel we vooraf dachten hier in de continuïteit en snelheid stappen in zouden maken, merkten we gaandeweg dat dit minder efficiënt werkt. Dit gaan we anders doen. Hoe? Je zet bijvoorbeeld één omgevingsmanager van HHNK in bij projecten die wat gevoeliger liggen in een gebied en vragen om een gezicht van HHNK. Bij projecten waar dit minder speelt kan een omgevingsmanager van het adviesbureau worden ingezet.”
Deze lessen inspireren ook Horst. “Deze inzichten geven me een nieuwe kijk op hoe je een project slim kunt organiseren. Ik zie nu hoe dit model je bewuster maakt van de mogelijkheden van samenwerking”, aldus de contractmanager.
Het idee is simpel: als we elkaars sterke punten benutten, kunnen we sneller, efficiënter en effectiever bouwen. Zo verliezen we geen tijd, capaciteit en kennis door onderlinge competitie.
Over je schaduw heenstappen
Maar kan de samenwerking zonder competitie echt slagen? De Booy wijst op wat hij als ‘koudwatervrees’ in de sector omschrijft. “Iedereen is gewend om voor elk project apart te bieden. Binnen onze organisatie heb je net zoveel voor als tegenstanders. Als je samen de verantwoordelijkheid draagt, moet je durven over je schaduw heen te stappen.”
Dat zinnetje ‘over je eigen schaduw heenstappen’ komt deze dag nog vaak terug. Het is niet altijd gemakkelijk om deze omslag te maken. Veel waterschappen en ingenieurs hebben nog nooit zo’n samenwerking zonder competitie ervaren. Het Lagerhuisdebat als sluitstuk van het symposium maakt de verdeeldheid zichtbaar. “Dat begrijp ik,” zegt Van Gameren. “Je wilt elkaar scherp blijven houden door gezonden concurrentie. Maar als de projectdruk toeneemt en de capaciteit afneemt, kun je het simpelweg niet alleen. De vraag is dan: hoe kun je elkaar blijven prikkelen zonder altijd te concurreren.”
Hij vervolgt: “Ik ben niet op zoek naar de beste partij, maar naar het beste plan, want dan komt de beste partij vanzelf naar boven. Dat hoeft niet altijd in een competitieve setting. Als we elkaar blijven aanspreken op resultaten, komt die scherpte vanzelf.”
Loslaten tendercompetitie
Tot zover de invulling van de raamcontracten. ‘Is het dan ook geen idee om het competitie-element ook los te laten in het aanbestedingstraject?’, is de vraag die vanuit de zaal geopperd werd. Er moeten duizenden kilometers dijk en kering worden opgehoogd en onderhouden. Er is een tekort aan mensen die dit kunnen doen. Waarom dan zoveel geld en capaciteit investeren een tendercompetitie?
De Booy knikt instemmend. “Het is een overweging om dit helemaal te gelde te maken aan het sterker maken van onze dijken, want dat is waar het allemaal over gaat. Ik ben het helemaal eens met deze stelling, maar dat wil nog niet zeggen dat dit automatisch een abc-tje is, omdat het nog nooit op deze manier hebben gedaan.”
Grijze golf
Het zou mogelijk ook een oplossing kunnen zijn voor de grijze golf van collega’s die binnenkort met pensioen gaan. ‘Vormt dit een bedreiging voor de veiligheid van Nederland?’, is een stelling die in het Lagerhuisdebat ter sprake kwam. De Booy denkt van niet. “Je ziet binnen onze organisatie dat de jongeren binnen vijf jaar op soortgelijk niveau kunnen worden gebracht als de senioren. Bovendien hebben de jongeren ook weer nieuwe, verfrissende inzichten.” Dit is een mening die door tweederde van de deelnemers aan het debat werd gedeeld.
De inzet van junioren en senioren vormde overigens ook een interessante discussie als het gaat om de juridische hobbels die je kunt tegenkomen binnen de raamovereenkomst. In een periode van zes jaar is er altijd personeelsverloop. Kun je een eerder aangevraagde senior dan tegen hetzelfde tarief vervangen door een junior? “Dit hebben we vooraf zeker contractueel afgedicht”, weerlegt Van Gameren die vraag.
Zo heeft het symposium genoegd stof tot nadenken overgeleverd. Van Gameren besluit: “We zijn blij dat we de kans hebben gekregen om de andere organisaties te inspireren en te laten zien dat onze manier van samenwerken ook zijn vruchten kan afwerpen.”
Het is nu aan ieder voor zich om die ervaringen mee te nemen in de meest succesvolle mix. Want het ijsje met de beste ingrediënten smaakt uiteindelijk het beste.




Benieuwd wat we voor jou kunnen betekenen? Onze experts denken graag mee.
-
Kom in contact